In de wildernis…

This post is also available in: English (Engels)

Het is tijd om te oogsten. Little Blond is bezig met het verzamelen van alle vruchten en noten van het land waar ze op woont, maar het lijkt erop dat zij niet de enige is …

Hoewel de temperaturen in de maand oktober nog steeds behoorlijk hoog oplopen, vooral vergeleken met Nederlandse temperaturen, begint de herfst om de hoek te kijken. Na het bouwen van een nieuw nestje in ‘mijn’ Quinta, heb ik een fulltime job aan het oogsten. Kastanjes, olijven en madrones (hoewel men vooral likeur van deze nogal korrelige vrucht brouwt, maak ik er liever jam van) moeten worden geplukt. En ook de vergeten druiven vragen er om rozijnen te worden en in mijn pap te belanden. Het kost me uren en uren om ze te plukken, te sorteren en klaar te maken om te worden gegeten of te bewaren voor later. In het begin geniet ik van de arbeid, omdat het me echt een gevoel van vervulling geeft, maar ook een gemakkelijke afleiding van mijn diepere gevoelens.

Na al die maanden toewerkend naar het punt van daadwerkelijke verhuizing naar Portugal, voel ik vreugde, maar ook een soort anticlimax, een gevoel van ontnuchtering.

Het is eigenlijk best vreemd om hier te zijn, 2000 mijl van mijn laatste thuis, in een vreemd land met al zijn gewoontes, de taal nauwelijks sprekend, en me nog steeds dit geweldige thuisgevoel gevend. Tijdens een pauze bij het snijden van de olijven (elke olijf 4 keer!) maak ik een wandeling door het heuvelachtige landschap, tussen de prachtige dennen en eiken. Terwijl de zon op mijn rug brandt, zie ik twee vale gieren boven mijn hoofd cirkelen, hoog in die enorme blauwe lucht. En bij het ruiken van de grond die in de lucht vliegt bij elke stap die ik maak, realiseer ik me, ja ik houd van deze plek… Ik kan het bijna niet geloven dat ik hier nu echt woon.

In zekere zin wacht ik tot iemand  tegen me zegt: “Het is voorbij”, als een vakantie die eindigt. En dat weerhoud me er helemaal voluit van te genieten. 

Naarmate de dagen verstrijken, gaan mijn emoties heen en weer. Ik begin tegen de dingen op te zien, er een hekel aan te krijgen. De pijn in mijn vingers en gescheurde nagels door het pellen van kilo’s kastanjes maken me humeurig. Ik begin zelfs een gevoel van stress te ervaren, omdat er zoveel te doen is in zo’n kort tijdsbestek … Waarom doe ik dit? Ik forceer mezelf om door te gaan, laat de tijd voor wat het is en neem het gewoon van moment tot moment, met een langzamer tempo. Ik kan medelijden met mijzelf hebben, maar deze situatie heb ik mezelf op de hals gehaald. Alleen zijn, aangewezen op mijzelf, met al dit land om op te werken, vrij geïsoleerd van de wereld. Ik zou ook om hulp kunnen vragen… Maar nee, ik weet, ik voel, dat dit is wat ik wil, wat ik nodig heb, zó moet het zijn. En hoe meer ik me door mijn worstelingen heen werk, een stabiel tempo aanhoudend, hoe meer ik me begin te ontspannen. Soms ervaar zelfs ik de meditatieve staat in dit alles.

Ik voel me gelukkig, maar niet altijd blij. En dat is oké.

Binnen in de Quinta heb ik andere uitdagingen. Hoeveel investeer ik in deze plek om het me naar de zin te maken? Zowel in inspanning als in geld; ik wil mijn budget laag houden. Bovendien heb ik geen idee hoe lang ik op deze plek blijf… Maar het heeft wel wat aandacht nodig, dus ik begin met decoreren, repareren en renoveren. Mijn ‘MacGyver’ skills komen opnieuw tot leven. Ik houd ervan dingen te maken van wat anderen ‘nutteloos’ of afval noemen. Dingen die ik vind buiten op straat of in de oude schuur. Met wat kamerplanten creëer ik uiteindelijk de juiste sfeer. Daarnaast ontdek ik dat de pijn in mijn rug niet komt door het harde werken of het vinden van een nieuw evenwicht in mijn wortelchakra, maar vanwege een slechte matras! Dus met hulp van vrienden wat betreft het vervoer, koop ik voor mezelf toch maar een nieuw bed (met de komisch vreemde afmetingen van 195 bij 135 cm).

Die eerste nacht in mijn nieuwe bed word ik midden in de nacht wakker. In eerste instantie denk ik dat het komt door de ‘demonen’ in mijn geest, die me van tijd tot tijd bezoeken in mijn dromen. Maar dan hoor ik een luide krijs van buiten komen, vlak onder mijn raam. Omdat de maan een kleine sikkel is, moeten mijn ogen even wennen aan het beperkte licht, als ik uit het raam kijk. Daar zie ik twee katachtige wezens, maar met veel dikkere staarten. Waarschijnlijk vechtend over hun ‘oogst’. En hoewel ik veel van (wilde) dieren houd, ik houd ook van mijn slaap… Dus zeg ik met harde stem dat ze weg moeten gaan, zonder te verwachten dat één van hen twee meter de muur op klimt richting mijn gezicht dat uit het kleine raam hangt! Net op tijd trek ik mijn hoofd terug, en sluit het raam, weg van het gevaar… ècht? Welk ‘gevaar’? Met een bonzend hart lacht ik om mezelf, beseffend dat dit wilde, maar ook zeer kleine, dier niet anders is dan de demonen.

Mijn geest neemt me mee de wildernis in!

Wanneer je dènkt dat je wordt aangevallen, zul je je bedreigd en bang voelen. Maar is er ooit een echte bedreiging?  Een levensbedreiging??

Dus… haal adem … en ga terug naar bed (en neem een hond om je te verdedigen 😉 )!

Biggg kiss from Little Blond

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *